Examenreglement

 

1 Protocol theorie examens

  • De surveillant is 5 minuten voor aanvang van het examen in het examenlokaal aanwezig.

  • Per examenvak liggen de examens in het vereiste veelvoud in een dichtgeplakte envelop bij de directie/manager. Erbij gevoegd is een presentielijst en een proces-verbaal, eventuele andere bescheiden.

  • De surveillant haalt de examenenvelop maximaal 30 minuten voordat het examen begint op bij de directie.

  • Jassen en tassen moeten voor in het lokaal worden geplaatst.

  • De surveillant surveilleert daadwerkelijk om fraude te voorkomen. De surveillant verlaat het lokaal niet voordat de laatste student klaar is met het examen of de vastgestelde tijd.

  • Het gebruik van programmeerbare en niet-programmeerbare rekenmachines is toegestaan, indien vermeld, maar geen  géén mobiele telefooncalculator .

  • Indien iemand op fraude wordt betrapt, wordt het tot dan toe gemaakte werk ingenomen.  De deelnemer wordt onverwijld naar de directie verwezen. Het ingenomen werk wordt na afloop van het examen bij de directie ingeleverd.

  • De onderwijsinstelling garandeert de deelnemers van het examen een rustige omgeving:

    • Tijdens het examen is de lokaaldeur gesloten.

    • Deelnemers mogen tijdens het examen het lokaal niet verlaten (behoudens in een noodsituatie).

    • Indien een deelnemer meer dan 15 minuten na aanvang van het examen verschijnt, wordt hij uitgesloten van het examen.

    • Het is de deelnemer niet toegestaan om binnen 15 minuten na aanvang van het examen het lokaal te verlaten.

  • Opgaven, uitwerkingen en kladpapier worden ingenomen op naam bij elkaar en samen met de presentielijst en procesverbaal bij de examencommissie van Zorgcampus ingeleverd.

 

2. De examenregeling

 

Gedurende de gehele opleiding wordt een deelnemer een aantal malen beoordeeld.

Alle beoordelingen hebben een relatie met het KD en worden opgenomen in een deelnemer-rapportagesysteem. De regels en procedures die gelden voor de beoordelingen en voor het bepalen van de uitslag zijn in dit hoofdstuk vastgelegd.

 

2.1. Begripsbepalingen

Bij deze regeling behoort de in hoofdstuk 8 genoemde begrippenlijst. De onderliggende wetgeving, de WEB, ligt ter inzage bij de Examencommissie.

 

2.2. Inschrijving

  1. De deelnemer aan een van de WEB-opleidingen van Zorgcampus  is automatisch ingeschreven voor alle beoordelingen van de opleiding.

  2. Een deelnemer die mee wil doen aan een herkansing dient zich voor de betreffende beoordeling aan te melden.

 

2.3. Aanwezigheid

Kandidaten zijn verplicht deel te nemen aan de beoordelingen waarvoor zij zijn ingeschreven. Kan een deelnemer bij een beoordeling niet aanwezig zijn, dan dient de deelnemer dit vooraf te melden aan de Examencommissie.

 

Deelnemers die niet aan een beoordeling hebben deelgenomen, overleggen - binnen drie dagen na de datum waarop de beoordeling heeft plaatsgevonden - aan de Examencommissie een schriftelijke verklaring waarin de reden van het verzuim is vermeld. De Examencommissie oordeelt over de geldigheid van het verzuim. Voor kandidaten die een geldige reden hadden, komt het eerstvolgende beoordelingsmoment in de plaats van de verzuimde beoordelingsgelegenheid. Voor kandidaten die geen geldige reden hadden, is het verzuimde beoordelingsmoment geldig.

 

2.4.  Vrijstelling

  1. De Examencommissie kan, onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag, op verzoek van de deelnemer en op basis van vooropleiding of ervaring, op het niveau van de examinering vrijstelling verlenen.

  2. De Examencommissie besluit tot het wel/niet verlenen van vrijstelling voor onderdelen op basis van aangedragen bewijs door de deelnemer.

 

2.5.       Examenprogrammering

  1. De opleiding bij Zorgcampus wordt per jaar gepland. Bij de aanvang van de opleiding ontvangt de kandidaat een overzicht van de planning van de examinering van dat schooljaar.

  2. Alle gegevens met betrekking tot de inhoud en organisatie van het examen worden in dit examenreglement bekendgemaakt.

 

2.6.  Fraudebepalingen

  1. De Examencommissie kan maatregelen treffen tegen kandidaten die ten aanzien van beoordelingen onregelmatigheden plegen. Voordat de maatregel wordt opgelegd, wordt de kandidaat gehoord. De kandidaat kan zich laten bijstaan ter ondersteuning.

  2. Indien een kandidaat zich tijdens het afnemen van een beoordeling aan enige onregelmatigheid schuldig maakt of heeft gemaakt, wordt onderstaande procedure doorlopen:

    1. De surveillant/beoordelaar/assessor neemt, indien mogelijk, het niet toegestane materiaal in.

    2. De surveillant/beoordelaar/assessor stelt direct na afloop van de beoordeling een schriftelijke rapportage op met behulp van het protocolformulier en levert deze in bij de voorzitter van de Examencommissie of diens plaatsvervanger.

    3. De voorzitter van de Examencommissie of diens plaatsvervanger hoort de betrokken deelnemer en maakt hiervan een schriftelijke rapportage.

    4. Aan de hand van de schriftelijke rapportage kan de voorzitter van de Examencommissie maatregelen nemen.

  3. De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, die al dan niet in combinatie met elkaar genomen kunnen worden, zijn:

    1. Het toekennen van het cijfer 1,0 voor een beoordeling;

    2. Het ontzeggen van deelname of verdere deelname aan één of meer beoordelingen;

    3. Het ongeldig verklaren van één of meer van de reeds gedane beoordelingen;

    4. Het bepalen dat het diploma, het certificaat en/of de cijferlijst slechts kunnen worden uitgereikt na een hernieuwde beoordeling in de door de voorzitter van de Examencommissie aan te wijzen onderdelen.

  4. De voorzitter van de Examencommissie deelt zijn beslissing mede aan de kandidaat, zo mogelijk mondeling en in ieder geval schriftelijk. In de schriftelijke mededeling wordt tevens gewezen op de bezwaar- en beroepsmogelijkheid.

  5. Onder onregelmatigheden wordt verstaan:

    1. Het gebruik van niet toegestane hulpmiddelen. Op het beoordelingsvoorblad zijn de hulpmiddelen vermeld die een deelnemer bij een beoordeling mag gebruiken.

    2. Spieken, d.w.z. het opzettelijk relevante, niet toegestane informatie betreffende de uitwerking van de opdrachten inwinnen, dan wel het in het bezit hebben van deze informatie tijdens de beoordeling.

    3. Afkijken, d.w.z. het opzettelijk relevante informatie inwinnen bij andere kandidaten.

    4. Verstoring, d.w.z. het opzettelijk verstoren van de beoordeling.

    5. Andere onregelmatigheden die naar het oordeel van de surveillant/beoordelaar/assessor de beoordeling verstoren.

  6. De in lid 1 tot en met lid 5 van dit artikel genoemde regeling is van overeenkomstige toepassing op alle vormen van beoordeling, zoals die tijdens de examinering worden afgenomen.

 

2.7.  Uitslag

De termijn waarbinnen de uitslag van een beoordeling bekendgemaakt wordt, bedraagt maximaal 14 werkdagen na afname of inleveren van de beoordeling. De uitslag van het slaag-zak besluit wordt door de examencommissie  binnen twee maanden na afsluiting van de opleiding bekendgemaakt. Uitslagen worden schriftelijk aan de kandidaten bekendgemaakt.

 

2.8.  Beroep

Kandidaten kunnen tegen een beslissing van de Examencommissie of van de examinatoren in beroep gaan bij de commissie van beroep voor de examens (zie hoofdstuk 7).

 

2.9.  Beoordeling en diplomering

Er wordt beoordeeld op het niveau van examens.
 

  1. De weergave van het resultaat van een beoordeling vindt plaats door middel van een cijfer of percentage.

  2. De cijfers van de beoordelingen worden vastgesteld op één decimaal.

  3. Alle examens moeten met een voldoende worden afgesloten.

  4. Een examen is behaald als het eindcijfer voor dit examen 6 of hoger is, tenzij anders staat vermeld.

  5. Het eindcijfer van een examen is een heel getal. Bij afronding van het eindcijfer van het examen worden breuken van een half of meer naar boven afgerond en breuken van minder dan een half naar beneden.

  6. Het examen is met goed gevolg afgelegd en het diploma wordt verstrekt als aan alle betalingsverplichtingen, examenonderdelen en de BPV van de betreffende opleiding is voldaan. 

  7. Een kandidaat die de opleiding beëindigt voordat het volledige examen met goed gevolg is afgelegd, kan op verzoek een resultatenlijst (schoolverklaring) voor de afgelegde examenonderdelen ontvangen.

  8. Wordt een examen met een cijfer lager dan 6 beoordeeld, dan moet dit onderdeel altijd worden herkanst, tenzij anders staat aangegeven.

  9. Een beoordeling van een examen kan gedurende het studiejaar volgens het toetsingsrooster één maal worden herkanst. Na de herkansing geldt het hoogst behaalde cijfer.

  10. Deelnemers kunnen alleen beoordelingen herkansen, waarvoor een cijfer lager dan een 6 is behaald (of 60%). Voor onderdelen als verslagen, praktijkopdrachten en dergelijke die na onvoldoende beoordeling moeten worden aangepast, geldt dat deze aanpassingen worden gezien als herkansing.

  11. Na het zakken voor een herkansing kan nog een herkansing worden aangevraagd bij de examencommissie. Hiervoor moet een aanvraagformulier worden ingevuld.

  12. De kosten voor een herkansing van een theorie examen worden door Zorgcampus  in rekening gebracht. Per herkansing zal hiervoor € 50,-- in rekening worden gebracht.

  13. Is herkansing of verlenging van de opleiding nodig voor het afronden van de praktijkexamens, worden extra kosten in rekening gebracht. Deze zijn afhankelijk van de duur van de verlenging en de hoeveelheid begeleiding die nog nodig is.

  14. Herkansen van mondelinge examens (Nederlands IE en assessment) bedragen € 120,--

  15. Na het zakken voor een 2e herkansing volgt overleg met de student om de reële kans van slagen in te schatten. Op basis hiervan kan gezamenlijk worden besloten de opleiding niet verder te vervolgen óf er volgt een individuele studieplanning (met eventuele verlenging) om alsnog het diploma te kunnen behalen.

 

2.10.  Beroepspraktijkvorming

  1. De voorzitter van de Examencommissie of zijn vervanger beoordeelt of de leerdoelen van de BPV zijn behaald. In alle gevallen betrekt de Examencommissie het oordeel van de BPV organisatie bij de beoordeling.

  2. Is er sprake van een examen dat volledig uit in de BPV te behalen leerdoelen bestaat, dan wordt voor dit examen een voldoende of goed gegeven. Bij onvoldoende beoordeling van de te beoordelen onderdelen moeten de onvoldoende onderdelen worden overgedaan.

 

2.11.  Studieadvies

Op elk moment kan een negatief studieadvies volgen.
 

  1. Het negatief studieadvies is gebaseerd op onvoldoende behaalde resultaten en kan luiden dat de opleiding beter kan worden gestopt. Het advies kan ook een andere strekking hebben.

  2. Het studieadvies wordt opgesteld door de Examencommissie.

  3. Voor de bepaling van het studieadvies wordt bekeken welk gedeelte van de studie reeds behaald is, ten opzichte van de tot dat moment maximaal te behalen examens.

  4. Na een onvoldoende voor een 2e herkansing volgt altijd een eerste overweging voor een negatief studieadvies.

  5. De student mag het negatief studieadvies negeren en de opleiding en examinering voortzetten mits voldaan aan 4.2.11 punt 6.

  6. De student verklaart schriftelijk dat hij/zij op eigen verantwoording en op eigen kosten de opleiding (verlenging) en examinering voortzet.

 

2.12.  Afwijkingen

Mocht blijken dat het, door omstandigheden van de individuele deelnemer of door omstandigheden bij Zorgcampus , noodzakelijk is om van de hierboven beschreven regeling af te wijken, dan kan het bevoegd gezag in samenspraak met de Examencommissie hiertoe besluiten. Een dergelijke afwijking mag niet leiden tot enig nadeel voor de deelnemer en zal niet dan na overleg met de betrokken deelnemer(s) plaatsvinden.

 

2.13. Onvoorziene omstandigheden

In geval van omstandigheden waarin deze regeling niet voorziet, beslist het bevoegd gezag in samenspraak met de Examencommissie.

 

3.  De organisatie van de examens

Onderstaande paragrafen zijn van toepassing op alle examenonderdelen bij Zorgcampus .

 

Zorgcampus  heeft het Kwalificatiedossier omgezet in een onderwijsprogramma met examinering. Op deze wijze worden de in het KD beschreven kerntaken, werkprocessen en competenties behaald.

 

3.1.  Examencommissie

Het bevoegd gezag heeft een Examencommissie ingericht die verantwoordelijk is voor het opstellen van de examenprocedures en de Examenregeling.

De Examencommissie controleert de uitvoering van de examenprocedures en Algemene Examenregeling. De Examencommissie is eindverantwoordelijk voor de kwaliteit van de examenproducten, examenprocessen en het examenreglement.

 

De leden van de Examencommissie zijn: een lid van het bevoegd gezag (de voorzitter) en twee nader aan te wijzen deskundige personen.

 

3.2.       Deelname aan beoordelingen

Deelnemers die het opleidingsprogramma volgen, zijn automatisch ingeschreven voor alle examenonderdelen tenzij de Examencommissie anders beslist.

 

3.3.       Hulpmiddelen

Deelnemers worden ten minste twee weken voor aanvang van de beoordeling op de hoogte gebracht van de hulpmiddelen die zij bij de beoordelingen mogen gebruiken.

 

3.4.       Examinator

De Examencommissie wijst, afhankelijk van de beoordelingsvorm, de examinatoren/ beoordelaars en assessoren aan. Deze zijn belast met de begeleiding, de correctie van de uitwerkingen en het vaststellen van het cijfer.

 

3.5.       Oproep

Deelnemers worden minimaal twee weken voor afname, of indien relevant aan het begin van elke periode, op de hoogte gebracht van het examenrooster.

 

3.6.       Ziekte/overmacht

Deelnemers die aantoonbaar door ziekte of een andere vorm van overmacht niet in staat zijn aan beoordelingen deel te nemen, worden, na afloop van hun ziekte of na afloop van een overmachtsituatie, bij een eerste mogelijkheid in de gelegenheid gesteld de betreffende examens af te leggen.

 

3.7.       Verlaten/toetreden examenruimte

De deelnemers die starten met een examinering, mogen pas een 15 minuten na aanvang van de beoordelingsafname de examenruimte verlaten.

Deelnemers die zich voor een theorie examen afname binnen 15 minuten  na aanvang van het examen melden, mogen nog meedoen met het examen. De eindtijd blijft voor te laat gestarte deelnemers onveranderd.

Voor mondelinge examinering en CE Nederlands en rekenen geldt deze regel niet.

 

3.8.       Inzagerecht

Gedurende  4 weken na de beoordeling hebben belanghebbenden recht op inzage en heeft de kandidaat recht op bespreking van de uitwerking en motivering van de uitslag.

Een deelnemer die inzage in zijn beoordeelde uitwerking wenst, dient een schriftelijk verzoek tot inzage in bij de Examencommissie.

 

3.9.       Geheimhouding

Eenieder die betrokken is bij de uitvoering van de examinering en daarbij de beschikking krijgt over gegevens, waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht, of er uit zijn taak bij de uitvoering van de examinering noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.

 

3.10.    Afwijkende beoordeling

Ten aanzien van specifieke groepen en gehandicapten kan het bevoegd gezag toestaan dat een beoordeling in afwijkende vorm wordt afgenomen. De afwijkende vorm moet voldoen aan de daarvoor te stellen kwaliteitseisen. Het niveau en de doelstelling van de afwijkende beoordeling mogen niet anders zijn dan de beoogde doelstellingen en het niveau van de oorspronkelijke beoordeling.